Posts Tagged ‘merken’

Spannende tijden

Friday, January 6th, 2012

Op de drempel van het nieuwe jaar is het een logisch moment om vooruit te blikken: wat zal 2012 ons brengen? Ongetwijfeld zal het een spannend jaar worden. Wellicht moeten we afscheid nemen van de euro en valt de economie helemaal stil. Misschien ontspringen we de dans. Hoe dan ook, onze financiële toekomst blijft voorlopig onzeker. Tegelijkertijd is er sprake van een vertrouwenscrisis. Valse beloftes en wanprestaties hebben het vertrouwen in overheden en –met name financiële- organisaties ernstig geschaad.

In deze tijd van onzekerheid en wantrouwen, is een rol voor merken weggelegd. Merken zijn immers bakens en dus juist relevant in onzekere tijden. Sterke merken bieden houvast doordat ze een gedachtengoed of visie vertegenwoordigen, waarmee mensen zich kunnen identificeren. Merkeigenaren zouden dan ook juist nu moeten blijven inzetten op het bouwen van merkwaarde. Daarbij gaat het om het uitdragen van een duidelijke en aantrekkelijke visie, maar nadrukkelijk ook om het waarmaken ervan. Geloofwaardige merken bewijzen immers hun belofte keer op keer met hun producten en dienstverlening.

Ervaring leert echter dat dit gemakkelijker is gezegd dan gedaan. De druk op het budget dwingt organisaties om kosten te drukken en de winst te optimaliseren. Met als gevolg dat de focus verschuift naar direct meetbare verkoopresultaten. Dit leidt tot veelvuldige actiematige campagnes, het doen van ad hoc investeringen en het uitstellen productintroducties. Het bouwen aan de emotionele betekenis van het merk, waarmee juist duurzame waarde wordt gecreëerd, verschuift naar de achtergrond.

Een van de artikelen in dit nummer gaat over het bouwen van merken in tijden van recessie. Het betreft een uniek longitudinaal onderzoek, gepubliceerd in The Journal of Advertising. De data dekken in totaal vijf recessieperiodes af, in de periode van 1971 tot 2001. Het onderzoek biedt de argumenten om juist in tijden van recessie de emotionele waarde van merken te koesteren en verder te ontwikkelen. De resultaten pleiten ervoor om niet mee te gaan met de emoties van de markt en in te zetten op het behalen van directe resultaten op korte termijn, maar te blijven investeren in duurzame merkwaarde.

Sinds de recessie van 2001 is er veel veranderd. Merkeigenaren hebben te maken met een steeds voller medialandschap, waarin steeds meer merken nog meer boodschappen op hun doelgroepen afvuren. Om een positie in het brein van mensen te kunnen verkrijgen, is het meer dan ooit van belang om een helder geluid te laten horen. Daarnaast worden organisaties gedwongen hun manier van communiceren te herzien. Sociale media hebben mensen een krachtigere stem gegeven, waardoor de verhoudingen tussen organisaties en mensen aan het verschuiven is. Corporate communicatie zou corporate conversatie moeten worden, waarbij gelijkwaardigheid tussen de gesprekspartners en continue feedback op actuele issues de norm zijn.

Het nieuwe jaar biedt zowel kansen en uitdagingen. Het bouwen aan de emotionele betekenis van merken blijft onverminderd van belang. Daarnaast zullen merkeigenaren uitgedaagd worden tot het maken van nog scherpere keuzes ten aanzien van de merkbelofte die zij doen en waarmaken ervan. Merk & Reputatie wenst u hiervoor de juiste inzichten en veel inspiratie toe!

Levi’s weet hoe het moet

Friday, October 7th, 2011

Thematische merkcampagnes zijn uit. Als ik na een paar weken vakantie voor de televisie zit om wat reclameblokken te bekijken, kan ik geen andere conclusie trekken. Als Carclass en Mediamarkt voor de derde keer in korte tijd langskomen, heb ik zelfs moeite om niet weg te zappen. Ik herinner me dat dit ooit wel anders was.

Eind jaren tachtig was het reclameblok mijn favoriete programma op televisie. Dit vooral dankzij de meeslepende thematische merkfilms, zoals die van Douwe Egberts, over de waarde van het gezinsleven en geborgenheid. Maar ook de historische Think Different-film van Apple, en de Just do it-campagne van Nike.

Televisie werd niet alleen ingezet vanwege het brede bereik, maar juist ook vanwege de emotie die kon worden opgeroepen. Vandaag de dag is de nadruk op het overbrengen van rationele boodschappen komen te liggen en minder op waarden, emoties of de visie van het merk. Dit vanwege het feit dat het koppelen van een merk aan een emotie of waarde een lange adem vereist. Bovendien wordt er getwijfeld aan het bestaan van een directe relatie van een thematische boodschap met gedrag. Daarnaast sluit het inzetten van instrumentele productboodschappen aan bij veel gehoorde opvatting dat consumenten vandaag de dag meer waarde zouden hechten aan concrete boodschappen dan aan abstracte beloftes.

Emoties spelen in communicatie natuurlijk nog wel een rol, maar op tactisch niveau, waarbij het emotioneel verpakken van de instrumentele boodschap helpt om aandacht voor de boodschap te krijgen. Maar is die focus op functionele beloftes terecht? Verschillende onderzoeken hebben aangetoond van niet. Zo laat een indrukwekkende IPA studie, gebaseerd op 880 IPA case studies (Engelse Effie) zien, dat campagnes met emotionele strategieën meer kans op winstgroei hebben dan campagnes met rationele strategieën. Een plek in het hoofd gaat dus via het hart.

Toch is er een merk dat me wel raakt tijdens het kijken: Levi’s. In lijn met de campagnehistorie zet Levi’s de waarde vrijheid centraal. Dit keer gekoppeld aan de situatie in de wereld van vandaag. De hoeveelheid likes versus dislikes op Facebook en het aantal keer dat de film is bekeken op YouTube geeft aan dat ik niet de enige ben die de visie van het merk waardeert.

Eigen merken worden A-merken

Monday, August 22nd, 2011

Als echte merkliefhebber kan ik moeilijk wennen aan een lunchtafel gevuld met eigen merk-producten in plaats van A-merken. De economische recessie heeft ertoe geleid dat de Calvé pindakaas, De Ruyter Chocoladehagel en Appelsientje zijn vervangen door producten van het eigen merk Albert Heijn. Inmiddels is de financiële onzekerheid alweer wat afgenomen, maar de A-merken zijn niet teruggekomen op tafel.

Supermarkten rapporteren dat het omzetaandeel van het eigen merk binnen de totale omzet is gegroeid en geven aan de groei nog verder te willen uitbouwen. Omdat de meeste categorieën al een eigen merk-variant hebben en nieuwe varianten tot kannibalisatie zouden leiden, bieden ze een portfolio van eigen merken aan. Naast een goedkoper alternatief voor de A-merken staat een eigen merk van superieure kwaliteit.

In veel categorieen wordt de drietrapsformule gehanteerd, waarbij sprake is van een voordelige variant (Euroshopper), een standaard variant (Albert Heijn eigen merk) en een dure variant (Excellent). Met de laatste variant wordt rechtstreeks de competitie met het A-merk aangegaan. Zo investeert Albert Heijn in de ontwikkeling van eigen merk kwaliteitsproducten met aandacht voor actuele thema’s gezondheid, duurzame handel, klimaat en lokale betrokkenheid. Het eigen merk worden op deze manier zelf ook een A-merk.

Betekent dit dat de klassieke A-merken definitief van tafel zijn geveegd? Recent onderzoek biedt de liefhebber van het klassieke A-merk wat hoop. Het blijkt dat A-merken juist kunnen profiteren van de introducties van budget- en premiumvarianten naast het standaard huismerk. Een breder portfolio geeft de consument immers meer keuzemogelijkheden en dat is goed voor de totale omzet in een productcategorie. Bovendien blijkt dat consumenten bij een directe vergelijking tussen het luxe huismerk en het A-merk juist voor het klassieke A-merk kiezen vanwege de veronderstelde superioriteit.

Dus brandmanagers van de klassieke A-merken, ga de directe confrontatie met de luxe eigenmerken aan. Bevestig de superieure kwaliteit van je merk met innovaties en investeer in het versterken van de directe relatie met de klant. Dan is er een kans dat jullie A-merken weer op de lunchtafel komen te staan.

Een sterk merk maakt blind

Monday, May 30th, 2011

Laatst zag ik een film met Don Draper van Mad Men. Ondanks de andere setting, plot en cast bleef acteur Jon Hamm voor mij Don Draper. Het beeld van de continu drinkende, kettingrokende vrouwenversierder van reclamebureau Sterling Cooper staat na het kijken van drie series Mad Men in mijn geheugen gegrift.

Het creëren van zo’n rijk en eenduidig associatienetwerk, is voor veel marketeers een van de belangrijkste merkdoelstellingen. Er zijn boeken volgeschreven over hoe met consistente merkuitingen, trouw aan het merk-DNA en het gebruik van een herkenbare persoonlijkheid, een rijk en eenduidig merkbeeld kan worden opgebouwd.

Een veel genoemd voordeel van zo’n sterk merkbeeld is kostenefficiëntie. Communicatie van een bekend merk wordt gemakkelijker onthouden, wat betekent dat het mediabudget verlaagd kan worden. Veel merkeigenaren hebben daarom de laatste jaren hun merkportfolio’s afgeslankt, met als ultiem doel om met slechts één moedermerk de hele markt te bedienen.

Niet alleen productfabrikanten, ook dienstverlenende bedrijven zien voordelen in het gebruik van een monolithisch merk. In het geval van diensten,ofwel ontastbare producten, waarvan de kwaliteit op voorhand moeilijk te beoordelen is, zou een sterk corporate merk mensen zekerheid bieden.

Wat blijkt echter uit recente onderzoeken: het voordeel van een sterk merk, kan ook het grootste nadeel zijn. Door de sterke bestaande associaties met een merk, wordt de introductie van een nieuw product vaak nauwelijks opgemerkt. De merknaam wordt bevestigd, maar productnieuws komt niet door. Een sterk merk maakt mensen dus blind voor nieuwe informatie.

Dit betekent dat sterke merken er juist goed aan zouden doen om merkextenties overtuigend anders neer te zetten of zelfs een submerk te overwegen op grotere afstand van het moedermerk. Marketeers moeten er dus voor oppassen hun merk niet op te sluiten in hun eigen imago en zich zo te belemmeren bij het aanboren van nieuwe markten. Als Jon Hamm in zijn volgende film echt een compleet andere rol speelt dan Don Draper, en daarin overtuigender is, dan denk ik vanzelf niet meer aan de macho reclameman uit de jaren zestig.

Co-creatie is een mentaliteit

Wednesday, May 4th, 2011

Prahalad voorspelde al in 2004 dat co-creatie een populaire innovatie-strategie zou worden. En hij had gelijk. Consumenten maken dankzij interactieve technologische mogelijkheden deel uit van netwerken waarin zij contact hebben met andere consumenten en met bedrijven. Hierdoor is het voor bedrijven mogelijk om op grote schaal met consumenten samen te werken.

Inmiddels omarmen veel marketeers het idee dat klanten soms met goede ideeën komen en dat het slim is om ze erbij te betrekken als je bezig bent met de ontwikkeling van een nieuwe service, smaak of slogan. De Maak-je-Smaak case van Lay’s is daar een voorbeeld van. Heel Nederland werd betrokken bij de introductie van een nieuwe tijdelijke chipssmaak: Patatje Joppie. Het leidde tot veel positieve buzz en tevreden klanten. De bedenker ontvangt 25.000 euro en 1 procent van de omzet.

Ook Transavia wilde mensen positief bij het merk betrekken. Via een online-actie werden mensen uitgenodigd om de nieuwe slogan voor Transavia te bedenken. De eerste reacties op de actie waren enthousiast, maar er volgde een golf aan negatieve publiciteit toen deelnemers zich niet serieus genomen voelden. Succes van een co-creation campagne is dus niet vanzelfsprekend.

De goed geïnformeerde, betrokken en actieve consument van vandaag denkt en doet graag mee, maar dan wel vanuit een gezamenlijk belang en niet vanuit het eenzijdige, financiële belang van de organisatie. Voor veel bedrijven betekent dit dat ze op een hele andere manier klanten moeten omgaan. Een voorbeeld van een bedrijf dat zijn klanten echt open en gelijkwaardig is gaan benaderen is Lego.

Lego zat stevig in de problemen. Kinderen speelden liever met X-box of Gameboy. Nu staat het bedrijf via een online platform continu met miljoenen klanten in contact. Ontwerpen van consumenten vormen een belangrijke bron voor nieuwe productintroducties. Dat er serieuze waardering is voor deze ontwerpers blijkt uit het de financiële beloning die ze ervoor krijgen.

Succesvol gebruik maken van co-creatie vraagt dus niet alleen om een slimme innovatietactiek of campagneformat, maar gaat om het ontwikkelen van een bedrijfsmentaliteit waarbij men continu opzoek is naar hoe je echt van waarde kunt zijn voor je klanten.

Is min keer min plus?

Monday, March 14th, 2011

Het zal niemand ontgaan zijn: Nokia en Microsoft bundelen hun krachten om hun beider achterstand op de smartphonemarkt in te lopen. Het lukte Microsoft zelf niet om het marktaandeel in computersoftware om te zetten naar de mobiele markt. Tegelijkertijd kon Nokia met Symbian de marktaandeelgroei van Android niet bijhouden. Maar is het wel een kansrijke strategie om elkaars zwakten te compenseren en vanuit de achterhoede het gevecht te leveren?

In relatie tot deze case zijn een aantal principes uit de merktheorie interessant. Zo stelden Ries en Trout al in 1993 dat het er niet om gaat de beste in een categorie te zijn, maar om de eerste te zijn, want dan word je het beste onthouden: Smartphones = Apple. Volgers zullen consumenten ervan moeten overtuigen dat ze beter zijn dan de eerste. Zij kunnen zich slechts positioneren op één attribuut en dat heeft minder impactvol.

Omdat er altijd maar één de eerste kan zijn, bieden Ries en Trout een alternatief: als je niet de eerste kunt zijn, creëer dan een nieuwe categorie, waarin je wel de eerste bent. Een derde principe luidt: uiteindelijk ontaardt elke markt in een race tussen twee merken. Denk aan Coca Cola versus Pepsi, of iPhone versus Adroid. Het merk op de derde plaats bungelt er vrijwel altijd achter aan.

Als we Ries en Trout volgen, dan zouden Nokia en Microsoft zich dus helemaal niet moeten richten de al door Apple geclaimde smartphonemarkt. Ze zouden hun energie moeten stoppen in het ontwikkelen van een eigen (sub)categorie, waarin ze leidend kunnen zijn. Co-branding kan daarvoor een prima strategie zijn.

Succesvolle co-branding vereist overigens wel dat er wordt gekapitaliseerd op de unieke competenties van de individuele merken en dat er een sterk concurrerende propositie ontstaat. Denk aan Douwe Egberts en Philips, die met Senseo espressoachtige koffie voor thuis introduceerden, of aan Krups en Heineken, die met Beertender een tapbiertje thuis mogelijk maakten.

De reacties van analysten en journalisten op de samenwerking van Nokia en Microsoft waren overwegend negatief. Als Nokia en Microsoft willen bewijzen dat alle kritiek onterecht was, moeten ze niet elkaars zwakten compenseren, maar nieuwe marktkansen creëren. Alleen merken die nieuwe markten creëren, worden gezien als leiders.

Hebberig

Sunday, October 24th, 2010

Wie wordt niet hebberig als Apple een nieuw product introduceert? Dankzij de gebruiks-vriendelijkheid en de wit glanzende, organische vormgeving ben ik inmiddels in het bezit van een iPod, MacBook, iPhone en iPad. De waarde van een goed vormgegeven product wordt door veel organisaties onderkend, maar het blijft vaak onduidelijk wat deze precies is. Daarnaast is de afstand tussen het designproces en marketing & communicatie vaak groot. De design-Effie heeft het om deze redenen dan ook niet gehaald.

Het recente onderzoek van BNO laat zien dat een nieuw product 20 procent meer oplevert, als tijdens de ontwikkelingsfase veel aandacht aan design is besteed en als er ontwerpers bij betrokken zijn. 
Een directe aansporing aan merkeigenaren om design toch wat serieuzer te nemen. En daar hebben ze natuurlijk gelijk in. Want de verschijning van een merk is een van de belangrijke peilers van de merkkracht.

Met het toenemen van het aantal communicatieprikkels en het groeiende belang van aantrekkingskracht (pull), wordt design alleen maar belangrijker. Elke productaankondiging door Apple wordt door miljoenen Apple lovers op de voet gevolgd. Daar komt geen massamediale reclamecampagne aan te pas.

Om de accountability van design bloot te leggen, zullen we beter naar de werking van design moeten gaan kijken. De Swocc-publicatie Merkdesign een ruwe diamant in merkenland zette met het overzicht van de bijdragen die design kan leveren een goede eerste stap: design stuurt prijs- en kwaliteitspercepties, het geeft invulling aan de merkpersonificatie, het bevestigt de positionering in de markt, het vergroot de zichtbaarheid van een organisatie en verheldert de organisatiestructuur. Door heldere doelstellingen te formuleren en, op basis van de veronderstelde werking, evaluatiecriteria te bepalen en meetmethodieken te ontwikkelen, kan een leerproces ontstaan.

Uitzicht op 20 procent meer winst op een nieuw product zou een stimulans moeten zijn om het creatieve designproduct te rationaliseren. En als een aantal merkeigenaren deze handschoen oppakt, wordt design vanzelf een geïntegreerd onderdeel van merkmanagement. Wellicht komt de Effie voor design dan ook weer in beeld.

De waarde van enthousiasme

Tuesday, October 19th, 2010

Coca cola was mijn eerste merkliefde. Mijn kamer was rood van alle Coca Colaspullen die ik had verzameld. Voor merken is het fijn om fans te hebben. Fans kopen hun favoriete merk herhaaldelijk zonder dat de marketeer daar al te veel moeite voor hoeft te doen. Ze krijgen dan ook veelal dezelfde boodschap op zich afgevuurd als de gemiddelde consument. Dit lijkt een gemiste kans.

Onderzoek van Philips en Synovate uit 2005 toont aan dat de mate waarin iemand enthousiast praat over het merk een veel sterkere relatie heeft met loyaal koopgedrag, dan merkvoorkeur. Daarnaast heeft enthousiasme sterke invloed op het gedrag van andere mensen. Rijn Vogelaar van Blauw Research wijst ook op de waarde van de enthousiasteling. Hij introduceert de term superpromoter voor mensen die enthousiast zijn over een merk, hun enthousiasme graag delen en invloed hebben op anderen.

Juist nu het met online sociale netwerken nog makkelijker is om snel en gericht ervaringen met anderen kan delen, is het logisch om je als merkeigenaar juist op de fans te richten. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Merken kunnen het enthousiasme verder stimuleren door hun fans unieke merkervaringen te bieden. Denk aan het uitnodigen van mensen in de fabriek van hun favoriete merk, of hen een preview geven van de nieuwe reclamecampagne. Dit levert direct winst op: de aansprekende activiteiten versterken het enthousiasme bij de fans. Op hun beurt beïnvloeden zij gedragsveranderingen bij de mensen binnen hun netwerk.

Sommige merken gaan nog een stap verder en benutten sociale media om de uitwisseling tussen mensen te stimuleren. Het merk bestookt de consument niet met boodschappen, maar wordt onderdeel van de persoonlijke leefwereld. Door continu nuttig te zijn, of iets aantrekkelijks te bieden, wordt de interesse in het merk telkens opnieuw gevoed. Zo ontstaan duurzame lange termijn merkrelaties.

Ook Coca Cola benut de waarde van de merkfan van vandaag en zet sociale media in om uitwisseling van merkervaringen onderling te stimuleren. Om een idee te geven: op dit moment heeft Coca Cola 11.294.295 vrienden op facebook en 108.389 followers op Twitter. Wie van deze 11.402.684 mensen heeft er interesse in mijn oude Coca Cola verzameling?

Interview VJOL over Brand Programming

Tuesday, October 5th, 2010

Niet zolang geleden kwamen Jeroen en ik Xander de Grootte en Gert Jan Schouten tegen. Na corporate carrières waren ze toe aan iets anders. Sindsdien zijn ze VJOL: Vrije Jongens Online. Ze experimenteren met een eigen videoformat en wilde graag aandacht besteden aan Brand Programming. Vanzelfsprekend hebben we hier aan meegewerkt… ook met een camera iets te dichtbij…

Bekijk de Brand Programming presentatie hier.

Het merk Nederland

Thursday, September 16th, 2010

Onze reputatie als tolerant, sociaal en beschaafd land is in verval. Tijdens mijn vakantie in Toscane werd ik spontaan aangesproken door een Italiaanse man: “Je moet me toch eens vertellen, hoe zit het nu met Nederland. Hoe heeft die Geert Wilders toch zo veel invloed kunnen krijgen?” Hij vertelde dat hij altijd veel waardering heeft gehad voor Nederland, in zijn ogen een voorbeeldland in Europa. Het is duidelijk dat zijn waardering voor Nederland door de politieke verschuivingen en de invloed van de populistische PVV is afgenomen. En ik kan hem geen ongelijk geven.

Maar niet alleen op politiek gebied is onze reputatie verzwakt. Het agressieve voetbal tijdens de WK-finale en de negatieve publiciteit in verschillende buitenlandse kranten daarna, hebben de associaties van Nederland met mooi voetbal niet bevestigd. De nationale trots die in Nederland tijdens de aanloop naar de finale ontstond, verdween weer net zo vlug.

Ik voel me, kortom, geen vertegenwoordiger van een land op trots op te zijn. Hoe anders was dat eind jaren tachtig. “Ahhh, Olandesi!” begroette de taxichauffeur in Milaan ons toen uitbundig. Ik was trots op Nederland, op de openheid van ons land en de impact die we in de wereld hadden. Van Basten en Gullit en het mooie Nederlandse voetbal zorgden ervoor dat we overal met veel enthousiasme werden ontvangen.

Wat kunnen we doen om het tij te keren? Hoe krijgen we het merk Nederland in de lift? Veel merken krijgen in hun bestaan te maken met perioden van verval. De introductie van een nieuw product, een nieuwe systeem of een nieuwe communicatiecampagne kunnen ervoor zorgen dat een merk in de tijd relevant blijft. Denk aan het belang van de introductie van de iPod voor Apple, Senseo voor Douwe Egberts of de transformatie van Wehkamp naar een online shop.

Net als andere merken waarvan de merkkracht daalt, heeft het merk Nederland een nieuwe impuls nodig. Fantastisch dat Maxima in de coulissen staat te trappelen om zich voor ons land in te zetten. Maar ik ben bang dat we voor het versterken van het merk Nederland meer nodig hebben dan een opgefrist koningshuis.